Niet enkel turen door het (Kierke)raam

Het was een heerlijk vrije dag, ik zat heerlijk te genieten van koffie en te lezen over de christelijke denker Kierkegaard (1813-1855). Toch onttrekt ook zo’n dag zich niet aan de realiteit: we gingen de ramen zemen. Ze waren gelukkig snel schoon en achteraf kwam er zelfs nog wat inspiratie uit voort. Zo zul je er misschien niet dagelijks over nadenken, maar eigenlijk zijn ramen opmerkelijke dingen. Enerzijds kunnen ze zorgen voor verbinding met de buitenwereld, anderzijds kunnen ze ook worden gebruikt als spiegel. Een wonderlijke combinatie die ons best het een en ander zou kunnen leren. 

 

Spiegelend reflecteren in het raam

Zo’n spiegelende werking komen we ook in het geloofsleven regelmatig tegen als we bijvoorbeeld lezen in de Bijbel1, een preek aanhoren of door de werking van de Heilige Geest. Ze kunnen ons confronteren met onze gebreken, onze vuiligheid, ons ongeloof en nog vele andere zaken. In wezen een goede zaak; het is namelijk belangrijk om jezelf te toetsen en te reflecteren over wat je doet, maar ook hoe en waarom je dingen doet. We lopen misschien graag weg voor zulke vragen, maar toch zijn dit geen vragen waar je jezelf altijd maar voor moet verstoppen; als je wilt veranderen moet je soms door zulke confrontaties heengaan.

            Toch is dat kijken in die spiegel niet zonder risico. Soms kan je zo erg in reflectie blijven hangen, en daar zo erg in opgaan, dat je eigenlijk alleen maar met jezelf bezig bent. Je staat als een vroom christen jezelf voor dat raam keurig te maken, en je blijft maar steeds nieuwe dingetjes vinden waar je volledig in kan opgaan. Die doorgeslagen (vrome?) fixatie op jezelf typeer ik maar als een soort heiligheidsnarcisme. Je bent voor die spiegel dan zo hard bezig om jezelf op te poetsen, en je hebt dan pas rust en vrede als je er voor jouw idee acceptabel uitziet; een hardnekkige en vermoeiende neiging die ook mijzelf niet helemaal vreemd is. 

 

Door het raam naar buiten kijken

Eigenlijk is het maar een treurig gezicht dat iemand zo op kan gaan in de spiegelende werking van het raam en daardoor vergeet dat je ook nog door het raam héén kan kijken. Op dezelfde wijze moeten ook wij niet blijven hangen in de eindeloze fixatie op onszelf, onze vlekken of onze (zogenaamde) keurigheid. Ja, we mogen onze onvolkomenheden zien, maar we moeten daarna door het raam heen gaan kijken. En wat zien we daar? De schoonheid van Gods genade en de bevrijdende werking van Jezus’ dood en opstanding; als we dat scherp zien verbleekt onze eigen zogenaamde keurigheid. Wat betreft onze vuiligheid blijft deze nog steeds te zien in het raam, maar we zien het in het veel grotere licht van Gods genade die ons vergeeft, bekrachtigt en bevrijdt. De spiegelende werking van een raam is vaak vrij onduidelijk, maar het zicht naar buiten is kraakhelder. Kijkend door het raam leer je voorbij jezelf te kijken naar Gods waarheden. 

          Toch is dit niet het eindstation; in het kijken door het raam zit namelijk ook een risico. Net zoals je te veel bezig kan zijn met jezelf in de spiegel, kun je ook zodanig bezig zijn met door het raam turen naar Gods waarheden dat je eigenlijk niet op het punt komt om daadwerkelijk naar buiten te gaan, dat nieuwe leven in. Kierkegaard zou waarschijnlijk concluderen2 dat zowel je obsessie met jezelf, als het (afstandelijk) bestuderen van Gods verlossing en bevrijding, manieren zij om te vluchten voor dat nieuwe leven in Gods Koninkrijk. Gods Woord roept jou en mij naar buiten, in concrete toe-eigening en navolging. Als ik zelf die roep hoor heb ik nog regelmatig de neiging om liever te vluchten door maar weer iets nieuws te gaan lezen, ergens is dat makkelijker dan toepassen wat ik al weet, en daarmee blijf ik dus vaak binnen zitten. Ik blijf op afstand. In wezen vlucht ik dan om het echt te gaan leven. Je leest dan wel; maar je leeft het niet. 

 

 

Naar buiten!

Dit is echter niet onze roeping. We zijn niet slechts geroepen om comfortabel vanaf onze bank naar buiten te kijken, enkel te turen naar Gods gaven; zijn genade, kracht en liefde. Nee, het raam nodigt ons uit om daadwerkelijk naar buiten te gaan, het leven in! Daar in het concrete leven komt heiligheid pas echt tot uiting; dat is de plek waar geloof en liefde concreet in actie komen. Daar in het concrete leven gaat genade echt schitteren; als we niet alleen in de spiegel maar ook in het leven keihard tegen onze tekortkomingen aanlopen. Juist dan komt het erop aan om op die genade te vertrouwen.

          Het leven buiten vraagt ons om steeds weer de blik op Jezus te richten; enerzijds als voorbeeld, om ons uit te dagen écht anders te leven, maar ook steeds als verlosser2. Want ook al streven we om Jezus te volgen, we blijven altijd – en in alles – Jezus’ genade nodig hebben, zoals ook Kierkegaard sterk benadrukt: 

 

Als ik zou moeten definiëren wat christelijke perfectie is, dan zou ik niet zeggen dat het een perfect streven is. Ik zou heel specifiek zijn en aangeven dat het gaat om de diepe erkenning van de imperfectie in jouw streven, en juist daardoor een steeds dieper besef van de noodzaak van genade, geen genade voor dit of voor dat, maar de oneindige noodzaak van oneindige genade3.

 

Die diepe noodzaak van genade moet al onze navolging steeds doordrenken. Op zo’n wijze leven met Jezus als voorbeeld en verlosser ontstaat niet door flink na te denken, het krijgt pas echt vorm als we het steeds weer ontvangen en het daadwerkelijk gaan leven2. Dit gebeurt in de concrete keuzes die we maken. Kiezen we om tegen die complexe persoon te handelen uit egoïsme, of wend ik mij dan tot God, om liefde te ontvangen en daardoor te handelen uit liefde? Kiezen we in onze zee van problemen om God te vertrouwen of het toch maar weer zelf te fixen? Kies ik om kwaad te spreken van een ander zodat ik mijzelf beter voel, of kies ik om de ander te zien als geliefd door God? Stort ik in als ik fouten maak, of durf ik, juist als ik het compleet verziekt heb, te geloven in een liefde die groter is dan mijn fouten? Als mijn eigen hart kil en koud is ten aanzien van God, verstop ik me dan voor Hem of kom ik toch tevoorschijn, omdat ik geloof dat Zijn genade groter is? Durf je Hem écht te vertrouwen als het erop aankomt?  

 

Het is precies daar, met onze voeten in de modder van het leven, juist daar komt geloof tot uiting, komt vertrouwen in genade tot uiting, komt een leven uit Zijn liefde tot uiting. Ja, in de spiegeling van het raam kijken om te reflecteren op jezelf is belangrijk; ja, in verwondering door het raam naar buiten kijken om te leren over Gods gaven is belangrijk; maar laat het geloof bovenal een levende realiteit in je leven worden door daadwerkelijk naar buiten te gaan. We moeten ons daar steeds weer opnieuw aan overgeven2, elke keer weer kiezen om te leven met Hem, in Hem en uit Hem. Leef! 

 


Bronnen:

  1. Zie Jakobus 1:22-25
  2. Gebaseerd op: Geert Jan Blanken (2025) Wakkere wijsheid. Kierkegaards lessen in opmerkzaamheid. KokBoekencentrum.
  3. Citaat van Kierkegaard uit: Geert Jan Blanken (2020) Kierkegaard in gewone taal. Toespraken over geloof, liefde, bezorgdheid, lijden, huwelijk en sterven. KokBoekencentrum.