Samen een gekke sneeuwpop zijn

Kijkend naar de sneeuw buiten hoor ik met een mierzoete en zangerige stem de gedachte: ♫elke sneeuwvlok is uniek en zo is ook elke mens uniek♫. Eerlijk is eerlijk: het is best een mooie gedachte, maar het zit ook wel een klein beetje in mijn allergiezone. Enfin. Er kwam ook nog een andere gedachte binnen: al die mooie individuele vlokken worden in winterse tijden vaak tot een nostalgische sneeuwpop omgevormd, samen met alle andere sneeuwvlokken, samen met de andere gelovigen. 

 

Misschien staan we er in de huidige tijd vaak iets te weinig bij stil dat Christen zijn niet alleen een ding is van de leuke en mooie sneeuwvlok uithangen, maar dat het ook belangrijk is om je te laten samenvoegen in een sneeuwbal die groter en groter wordt. Regelmatig wordt in de Bijbel immers gesproken over het lichaam van Christus, de (gezamenlijke) tempel van God, de bruid van Christus en zijn er verschillende oproepen tot eenheid en verbondenheid. In je eentje sta je simpelweg niet sterk. Straks als het verder gaat dooien en de sneeuw smelt, dan zie je op de straten en in de tuinen al vrij snel geen sneeuw meer liggen. Zeker de individuele vlokken zijn dan snel gesmolten, maar als je dan een wandeling maakt kom je ze nog tegen: die rare samengeklonterde sneeuwpoppen die buitengewoon goed bestand zijn tegen de oplopende temperaturen. Die gekke dingen met sjaals, knopen, mutsen en wortels, ze blijven tegendraads staan in een wereld waar de rest van de sneeuw al gesmolten is.

 

 

Geliefd en bespot

Die gekke sneeuwpoppen, die groepen gelovigen, ze blijven maar staan en roepen alleen al door hun aanwezigheid reacties op bij de mensen die voorbijkomen. Enerzijds zijn het lichtjes in de duisternis: door hun aanwezigheid stralen ze licht en vreugde uit. Zoals een lamp zijn licht moet laten schijnen[i] zo biedt de sneeuwpop lichtheid en vreugde aan de voorbijganger. Ik word altijd vrolijk als ik zo’n ding zie staan en ik heb er zelf ook stiekem eentje gebouwd in de tuin. Mensen genieten ervan en het biedt ruimte aan de verwondering en het kind in ons. Zo laat de sneeuwpop dus zijn licht stralen aan iedere voorbijganger die langsloopt.

          Zo’n sneeuwpop is eigenlijk maar een simpel ding, het is geen krachtige constructie of architectonisch hoogstandje; toch straalt hij op markante wijze – juist in zijn kwetsbaarheid en dwaasheid – de geur van Christus’ overwinning uit[ii]. In dit geval een geur waarin de wijsheid en de kracht van de wereld wordt beschaamd door het dwaze en het zwakke[iii]; een geur die voor sommige mensen enorm aantrekkelijk is maar voor anderen aanstootgevend. Die gekke en zwakke hoop sneeuw, die groep zwakke Christenen, juist dáár wil God Zijn werk doorheen doen en Zíj́n kracht in openbaren. Zij die niet roemen of vertrouwen op hun eigen kracht maar op de kracht van het kruis, voor de ene voorbijganger dwaasheid en voor de ander een struikelblok[iv].

          En dat aanstootgevende en zwakke daar kunnen mensen zomaar naar op reageren. De sneeuwpop blinkt niet uit in de wereldse kracht en vecht niet met aardse middelen dus het kan zomaar gebeuren dat ze worden kapotgetrapt door verveelde jongeren of worden ontdaan van hun kleding of wortelneus. In de woorden van Paulus over zijn apostelschap[v] zou je ze ook kunnen beschrijven als schouwspellen van zwakheid en dwaasheid, ze worden gelasterd, kapotgemaakt, uitgekleed en nog vele andere nare dingen. De sneeuwpop verdedigt zich dan niet, hij laat het gebeuren. En niet alleen dat: ze reageren op het kwade zelfs met het goede. Worden ze uitgescholden dan zegenen ze, worden ze vervolgd dan verdragen ze. Je kan het hoofd van de sneeuwpop afbreken maar hij blijft je lachend aankijken. Op deze manier zijn sneeuwpoppen dus een schouwspel voor de wereld door hun dwaasheid om Christus’ wil[vi]. In dit alles zijn zij en wij toch meer dan overwinnaar door Hem die ons heeft liefgehad[vii], het is raar maar wel waar.

             

Zo in het leven staan lukt je niet alleen. Je hebt mensen nodig die je met verhalen, getuigenissen of voorbeelden inspireren; mensen die je aansporen of corrigeren. Aan onszelf overgeleverd worden we snel te (eigen)wijs of te normaal. Ons meest natuurlijke instincten vertellen ons namelijk dat we onszelf krachtig moeten maken, onze plek te bevechten en onrecht met gelijke munt terug te betalen. Samen kan je op koers blijven, samen blijven we dan sterk doordat we werelds gezien ietwat vreemd, zwak en dwaas blijven; dat we geen wereldse kracht zoeken maar Gods kracht. Misschien worden we wel belachelijk gemaakt, maar dan verzetten we ons niet tegen het kwaad, maar overwinnen we het kwaad door het goede[viii]. Zo blijven we tegendraads staan in een wereld waar alles smelt en laten we ons licht schijnen, we schenken de wereld onze glimlach van hoop en doen goed naar hen om niet.

 

 

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

[i] Zie Mattheus 5:15-16

[ii] Zie 2 Korinthe 2:14-16

[iii] Zie 1 Korinthe 1:27-28

[iv] Zie 1 Korinthe 1:18/23/29

[v] Zie 1 Korinthe 4:9-16

[vi] Zie nog steeds 1 Korinthe 4:9-16

[vii] Zie Romeinen 8:37

[viii] Zie Mattheus 5:39 en Romeinen 12:27