Laat die blinddoek eens zitten

Misschien heb je het ook wel eens gespeeld als teambuilding activiteit of in de vroegere jaren van je jeugd: het vertrouwensspel met de blinddoek. In dit spel doe je een blinddoek op en je laat je door een begeleider door een kamer loodsen of een parcours bewandelen. In theorie zou dit niet zo moeilijk moeten zijn indien je simpelweg doet wat je spelpartner je vertelt; toch beweegt het meestal niet comfortabel en loop je al weifelend naar voren in de hoop dat je niet tegen de letterlijke lamp aanloopt. We zullen heus braaf verkondigen dat we onze partner vertrouwen, maar toch is ons gedrag vaak gevuld met een flinke scheut scepticisme en behoedzaamheid. Indien het geen spel was zouden we het liefst zeggen: ‘’laat maar zitten die blinddoek, ik doe hem wel af en dan mag je mij daarna de weg wijzen; ik vertrouw je’’.

 

 

Blinddoek: de uitdaging van vertrouwen

Leuk en aardig natuurlijk wanneer je die blinddoek af zou doen, maar wat heeft het spel dan nog te maken met vertrouwen? Je kan dan zelf zien waar je heen moet gaan, dus hoe kan vertrouwen dan nog een echte rol spelen? Je kan natuurlijk inbrengen dat je extra veilig kan lopen met een set extra ogen van je begeleider, of misschien weet je begeleider wel de mooiste en beste route over het parcours uit te stippelen. Gezamenlijk lopen, in de kern gaat het gewoon daarom. Toch?

            Nee, nee. Daar trappen we niet zomaar in. Zonder die blinddoek stelt dit vertrouwensspel niets meer voor. Waarom verwachten wij dan wel dat we in onze wandel met God steeds zonder blinddoek kunnen lopen? Een van de kernwoorden van de Bijbel is geloven/vertrouwen, is het dan niet naïef om te denken dat God steeds alles volledig duidelijk maakt? Misschien worden we zelfs wel boos op God als we een tijdje met een blinddoek door het leven gaan; maar wees eens eerlijk: valt dat niet op z’n tijd te verwachten van een God die wil dat wij groeien in geloof en vertrouwen? God zal ons zeker niet altijd met zo’n blinddoek laten lopen, soms zijn er momenten van helder zicht en verlichting, maar soms is er de donkerte die ons uitnodigt tot een dieper vertrouwen in Hem.

 

Innerlijke weerstand

Wanneer ikzelf in een situatie van donkerte zit en God mij vraagt te vertrouwen schreeuwt alles in mij dat die blinddoek af moet. Ik wil het zien, ik wil het begrijpen, ik wil het weten, ik wil het uitgezocht hebben, ik wil het geregeld hebben, ik wil de uitkomst weten, ik wil de route weten en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik wil niet voortbewegen terwijl ik in het duister tast; ik wil zien. Vertrouwen op God alleen komt in zulke situaties vaak té dichtbij.

            We kunnen er dus voor kiezen om alles in werking te zetten om de blinddoek af te doen. Dat lijkt misschien verlichting te geven, maar het verdiept in ieder geval niet je vertrouwen op God. Integendeel: je voedt alleen maar het vertrouwen in jezelf, en daarmee voed je eigenlijk ook je wantrouwen in God. Het is ook mogelijk dat je door de donkerte juist totaal bevriest, de blinddoek kun je gezien je situatie niet afkrijgen en zonder zicht stappen zetten in vertrouwen durf je niet. Je zit vast en hoopt dat óf de blinddoek op miraculeuze wijze verdwijnt óf dat je zomaar een dosis vertrouwen krijgt. De uitdaging om te wandelen in vertrouwen leg je met deze houding ook naast je neer, je schuift het voor je uit.

 

Kiezen om te bewegen in vertrouwen

Je kunt er echter ook voor kiezen om de donkerte te accepteren en tóch vooruit te gaan bewegen, stapje voor stapje kiezen om te vertrouwen zonder dat je precies weet hoe en wat. Elke stap die je dan zet voedt het vertrouwen dat God erbij is. Je ziet misschien niet waar je in omstandigheden heengaat, je ziet echter wél door de vezels van de blinddoek en langs de randen licht binnen komen. Waar het zicht op de omstandigheden ontbreekt kun je toch nog vaak het licht van Gods aanwezigheid waarnemen, Hij is er, en Hij ziet en Hij overziet. In onze omstandigheden wandelen we dan niet door zicht, maar door geloof¹, een geloof dat zijn geloofsoog op Jezus gericht houdt². Wanneer je besluit te wandelen met blinddoek krijg je meestal niet op voorhand direct vertrouwen voor het gehele parcours, maar als je gaat bewegen – juist in dat bewegen – groeit het vertrouwen steeds een beetje meer.

            Misschien klinkt het volgende paradoxaal: ons vertrouwen kan zelfs nog groeien als je juist wel ergens tegenaan loopt in het parcours. In het normale spel ben je het vertrouwen kwijt als je begeleider je tegen een object laat aanlopen. Met God ligt die neiging ook op de loer: ‘’ik vertrouwde Hem en toch gaat het mis’’ zul je misschien wel eens (of vaker) gedacht hebben. Hier zijn geen makkelijke antwoorden op en dat ga ik nu ook niet proberen uit te diepen. Ik kan wel zeggen dat we omringd zijn door een wolk van getuigen³ in de geschiedenis van de kerk, de Bijbel en misschien ook wel in je eigen omgeving, die door pijn en ellende heen toch zijn gegroeid in Godsvertrouwen. Maar hóe dan zul je denken? Misschien heb je niet altijd de theologische theorie daarvoor nodig, maar simpelweg de gebedsvraag aan God: als zij door alle ellende en pijn leerde vertrouwen, wilt U dat dan ook in mij bewerken?

 

Slot

Laten we ons leven zo inrichten dat we gericht zijn op een groeiend vertrouwen in God. Dat we donkerte leren accepteren en het aangrijpen om steeds meer, stapje voor stapje, te leren wandelen in geloof en vertrouwen. Laten we niet vallen voor de verleiding om de blinddoek steeds af te trekken, waardoor we valse verlichting krijgen die onze groei in vertrouwen saboteert. De angst hoeft ons niet te verlammen, we mogen stappen zetten in onze donkerte waardoor het vertrouwen in Hem kan toenemen; we mogen bidden dat in onbegrijpelijke tegenspoed, zorgen en pijn, dat dan toch ons vertrouwen in Hem op wonderbaarlijke wijze mag groeien.

 


             

          

1. 2 Korinthe 5:7

2. Hebreeën 12:2

3. Hebreeën 12:1