In de vorige blog zagen we hoe het geloofsleven na een (wellicht pijnlijke) periode van bekering, bezinning en reflectie op het oude leven, toch voortvarend kan starten. Je ziet bijvoorbeeld duidelijke vorming van God in je leven, en eigenlijk gaat die vorming soepeler dan je dacht. Je merkt dat je jezelf helemaal thuis voelt op de plek waar God je wil hebben.
Na de vorming van de pottenbakker ziet het werk er vanbuiten ook gewoon goed uit. Je ziet een mooi gevormd stukje aardewerk. Gods werk is echter nog niet klaar met je, net zomin als dat de potten in Tamegroute klaar zijn. Ja, de vorm zit er goed in, maar het heeft nog geen kracht. De potten zijn zwak en broos. Ze moeten nog gebakken worden.
De oven
De oven klinkt al niet als een fijne plek, maar nadat we er daadwerkelijk een kijkje hadden genomen moesten we concluderen dat het écht geen fijne plek was. Die ovens stonden allereerst al in de volle en hete zon van de Sahara, en daar in die hitte zaten de mannen die ovens vervolgens nog flink op te stoken door er talloze palmtakken in te werpen. Bergen zwarte rook stegen op naar de hemel. Als toeschouwer daarvan kon je eigenlijk niet anders dan stil worden en ook dankbaar zijn dat wij in Nederland niet op die wijze hoeven te werken.

Hoe het ook zij, al het aardewerk moest toch echt die oven in. Het moest uitharden, het resterende vocht moest uit het aardewerk verdwijnen. In de vorige blog had ik geschreven over de klei die moest drogen zodat de overduidelijke zonden uit je leven zichtbaar konden worden, hier in de oven gaat het over de zonden van je leven die aan je Christelijke leven vastzitten, het vocht dat diep in je klei verborgen zit. Je kan bijvoorbeeld een verkondiger zijn van het Evangelie, maar in welke kracht doe je dat? Doe je dat in je eigen kracht of in de kracht van God? Misschien doe je wel vrijwilligerswerk, maar doe je dat niet (vooral of deels) om jezelf een goed gevoel te geven? Duik je in de Bijbel om God beter te leren kennen, of probeer je door je kennis stiekem grip te houden op God? Is er niet hoogmoed in je hart geslopen omdat je het eigenlijk nog niet zo slecht doet voor God?
In de oven word je niet per se uiterlijk omgevormd tot een ander mens, maar je wordt wel vanbinnen gezuiverd. Zo is het goed dat je een strijder bent voor recht en gerechtigheid, zo heeft God je gevormd. In deze fase wil Hij je echter nog zuiveren van verkeerde motieven of een verkeerde bron van kracht. Hij wil je bevrijden van je eigen kracht, van trots en hoogmoed en van je zoektocht naar betekenis en zekerheid. Ik heb zelf ook een periode gehad waar ik mij meer aan God ging toewijden, maar ik merkte dat ik het allemaal deed uit eigen kracht en daarnaast om mezelf zekerder te voelen als Christen, om mijzelf gerust te stellen dat ik gered ben. Het was (en is nog steeds) een pijnlijk proces, regelmatig word ik met mijn neus op de feiten gedrukt dat ik op mijzelf vertrouw en niet op God. Zo’n proces kan misschien ook wel voelen als enkel achteruitgang, alsof je geestelijke leven aan het instorten is (Niet meer langer ik leef..). In deze fase leer je de (vaak) pijnlijke maar cruciale waarheid dat niet JIJ je Christelijke leven kan waarmaken maar dat alleen God dat kan waarmaken, en dat het tot eer van HEM is en niet tot eer van ons. Wat wij doen is niet langer door ons en voor ons, maar door Hém en voor Hém (..maar Christus leeft in mij).
Onze bestemming als servies in het Koninkrijk
Na de oven komen we werkelijk op onze bestemming. Na te zijn gekozen, gevormd en gebakken worden we versierd met Koninklijke kleuren. We kunnen nu volledig in Zijn kracht de wereld in. Als vertegenwoordigers van Zijn Koninkrijk mogen wij de wereld in als borden waarop Jezus Zijn lichaam aanbiedt aan een gebroken wereld. We mogen gaan als bekers om het verzoenende bloed van Jezus en Zijn levende water aan te bieden aan een wereld die snakt naar verzoening en leven. We mogen zijn als kandelaren, waarmee we Zijn licht kunnen verspreiden. Gevormd en gebakken tot kruiken gevuld met olie, om wonden te genezen en te verzorgen. Onze kommen en borden vullen met eten om de armen bij te staan. De tafels rijkelijk dekken om gemeenschap te creëren en te vieren.

Door onze beproeving in de oven zijn wij vrij(er) geworden van de obsessie om te vertrouwen op onszelf. We raken vrij van de neiging om goed te doen om onszelf goed te voelen. We zijn vrij om onszelf aan anderen te geven. Liefdadigheid zonder bijbedoelingen, hulp bieden zonder daar trots op te worden, strijden voor recht en gerechtigheid zonder van jezelf de wonderen te verwachten. De borden en bekers zijn er om te dienen, het dienen van de anderen. Zo mag dat ook onze bestemming zijn.
Noot
Ik ben mij ervan bewust dat deze fases die ik beschreven heb niet zo zwart-wit zijn en ook geen universele blauwdruk zijn. Je kan jezelf er sterk in herkennen, maar het zou ook kunnen van niet. De fasen kunnen ook door elkaar heenlopen, op het ene vlak ben je volledig op je bestemming en op het andere niet. Het kan ook zijn dat je op het ene moment in je bestemming leeft en het volgende moment niet. Toch denk ik dat er voor de meesten iets van een leerpunt inzit, ga er vooral biddend en reflecterend mee om.