Kruispunt(en)

Daar in de verte zie je hem aan komen lopen. Sjokkend en met lood in zijn schoenen komt hij steeds dichterbij. Als je goed kijkt zie je dat hij zijn pas steeds vertraagt, alsof hij wil uitstellen waar hij naartoe onderweg is. Die arme knul, kijk hem eens gaan, de richtingaanwijzers vliegen hem om de oren en de borden schreeuwen om zijn aandacht. ‘Hierheen voor het doel van je leven!’ ‘Deze kant op, hier kan je nuttig zijn!’ ‘Met deze cursus leer je écht christelijk te leven!’ ‘Kom hierheen om te wandelen in je bestemming!’ Dit was nog maar een selectie, dus je snapt dat het hem duizelt.

 

 

Toch komt de knul er op een gegeven moment aan, op het kruispunt. Op dit kruispunt staan een aantal raadgevers die de knul kunnen helpen met kiezen. De eerste raadgever is aan het woord en vertelt de jongen: ‘Je moet net zolang bidden en zoeken tot je precies weet welke weg voor jou is, één van deze wegen is de weg die je moet gaan, zorg dat je niet verkeerd kiest.’ Ietwat verschrikt reageert de knul, want hoe weet je nou precies wat de juiste weg is? 

            Dan komt de tweede raadgever aan het woord. Hij zegt: ‘We staan hier op een kruispunt, en een kruispunt is de plek van overgave. Dit is de plek waar je afrekent met de neiging tot zelfontplooiing die zo belangrijk is in de wereld. Je moet sterven aan jezelf en dus zeker niet kiezen voor de dingen die jou al te leuk en mooi lijken.’ De knul schrikt zich een hoedje. Betekent dit dan dat hij toch daar linksaf moet? Lieve help. Hij laat dit even bezinken en sjokt ondertussen twijfelachtig door.

            Verderop staat een oude grijsaard, leunend op zijn stok. Aanhorende wat de eerste twee raadgevers hebben gezegd schudt hij zachtjes zijn hoofd heen en weer. Hij zegt tegen de jongen: 

 

‘Weet je wat het is jongeman: als jij wilt luisteren naar de eerste man zal je in de kramp schieten. Je leven wordt een puzzeltocht waar het aan jou is om de juiste route te kunnen ontdekken en die te gaan wandelen. Je gaat dan voort van kramp tot kramp, de vrijheid die we hebben is dan ver te zoeken. Ja, soms geldt er inderdaad voor mensen een specifieke weg, maar zij raken daar sterk van overtuigd en een dergelijk specifieke roeping is niet voor iedereen. Als je deze raadgever volgt is de kans groot dat je jezelf en je keuzes veel te centraal gaat stellen. 

          Je tweede raadgever had trouwens een prachtig punt: het kruispunt vraagt om overgave, maar is het wel die overgave die hij jou voorschotelde? Overgave betekent niet zozeer dat jij moet kiezen voor wat jij niet wil, al kan dat soms wel, overgave betekent in de eerste plaats dat jij besluit niet alleen te lopen – dat je met de Weg zelf bent. Zie je daar die keuzes voor je? Zie je Wie bij heel veel van die keuzes staat?’ ’Is dat Jezus?’ vraagt de knul. ‘Ja dat is Jezus, Hij wil dat welke weg jij ook gaat, je dat niet doet in je eigen kracht, niet voor je eigen eer, maar alles in Zíjn kracht en tot Zíjn eer. Zie je ook wat er bij elk van die routes ligt?’ Met knijpende oogjes probeert de knul het te onderscheiden. ‘Zijn dat kruizen?’ vraagt de knul uiteindelijk. ’Ja dat zijn kruizen, want welke weg je ook gaat, op elk van die wegen neem je je kruis op en verloochen je jezelf om Jezus te volgen. Hij is Heer en Meester, welk van de wegen je ook kiest. Daarin ligt ook gelijk de uitdaging: de uitdaging is niet per se de perfecte weg te kiezen, de uitdaging is om op welke weg je ook gaat steeds met Jezus te blijven en uit Hem en voor Hem te leven. Christus krijgt dan gestalte in je, daar kan geen zelfontplooiing tegenop.’

 

De woorden van de oude grijsaard maken diepe indruk op hem. Hij durft weer met goede moed op pad te gaan. Hij is gesterkt in het vertrouwen dat het leven geen kosmisch zoekspel is en ook geen heroïsche zelfkastijding, maar een vrije wandel in voortdurende overgave en vertrouwen. De wetenschap dat Jezus je kan gebruiken op welke plek je ook maar bent. Zijn Koninkrijk kan doorbreken op de weg die jij wandelt ­– als je maar met de Koning bent en blijft. Daar, die flauwe bocht, die sprak hem aan. En daar stond Jezus op hem te wachten.

 

De oude grijsaard had een glimlach.